Cardiovasculair risicomanagement bij RA

Cardiovasculair risicomanagement bij RA

Auteur(s): 

dr. M.T. Nurmohamed, reumatoloog-epidemioloog

Introductie

Hart- en vaatziekten (HVZ) vormen een van de belangrijkste doodsoorzaken in Nederland; in 2011 was ongeveer 30% van de totale sterfte toe te schrijven aan HVZ. Bij reumatoïde artritis (RA) is de totale sterfte de afgelopen decaden gedaald, maar is nog altijd verhoogd ten opzichte van de sterfte bij de algemene bevolking, met een standardized mortality ratio (SMR) van 2,0 (spreiding: 1,3-3,0). De sterfte bij RA is grotendeels ook cardiovasculair bepaald, neemt toe met de ziekteduur en ziekte-ernst en gaat gepaard met een verkorting van de levensverwachting van drie tot tien jaar. Ook de cardiovasculaire morbiditeit bij RA is duidelijk hoger dan bij de algemene populatie. Dit verhoogde cardiovasculaire risico kan komen door: 
1. verhoogde prevalenties van ‘traditionele’ cardiovasculaire risicofactoren, zoals een verhoogd cholesterol, hypertensie en roken;
2. onderbehandeling van cardiovasculaire comorbiditeit en
3. de onderliggende chronische inflammatie. 
 
Vanuit cardiovasculair oogpunt is de rol van niet-steroïde anti-inflammatoire middelen (NSAID’s) en cyclo-oxygenase-2-remmers (coxibs) bij RA minder duidelijk. Deze middelen zijn aan de ene kant weliswaar geassocieerd met een verhoogd cardiovasculair risico, maar kunnen aan de andere kant de mobiliteit van de patiënt verbeteren, wat weer een verlaging van het cardiovasculair risico met zich meebrengt.
 
 Al met al noopt het bovenstaande tot meer aandacht in de reumatologische praktijk voor de cardiovasculaire risicofactoren en preventie van cardiovasculaire comorbiditeit. Inmiddels zijn er internationale en nationale richtlijnen verschenen waarin RA opgenomen is als een onafhankelijke cardiovasculaire risicofactor waarvoor cardiovasculair risicomanagement (CV-RM) onontbeerlijk is. Deze richtlijnen bieden handvatten om te komen tot implementatie van CV-RM in de reumatologische praktijk.